Bomenbestand in kaart brengen: zo pak je het aan
Je bomenbestand in kaart brengen betekent dat elke boom een punt op de kaart krijgt, met een eigen nummer en een vaste set kenmerken. Je komt er door bestaande gegevens in te lezen, wat ontbreekt in het veld te inventariseren, en daarna elke wijziging bij te houden waar hij ontstaat.
7 min leestijd

Wat een bomenbestand is
Een bomenbestand is het register van alle bomen die je beheert: per boom een punt op de kaart, een uniek nummer en een vaste set kenmerken. Je komt het ook tegen als boomregister, bomenkaart of boominventarisatie, al is dat laatste eigenlijk het werk waarmee je het bestand maakt.
Drie dingen maken van een lijst een bomenbestand. Elke boom heeft een plek, zodat je hem terugvindt en op de kaart kunt selecteren. Elke boom heeft een eigen nummer, zodat een controle van dit jaar bij dezelfde boom hoort als die van drie jaar geleden. En het bestand is actueel: wat is gekapt staat er niet meer in, wat is geplant wel.
Het bestand is de basis voor al het andere. Je kunt geen controleronde uitzetten, geen snoeibestek laten doorrekenen en geen vraag van de raad beantwoorden over bomen die je niet kent. Hoe het bestand past in het geheel, lees je in boombeheer in een gemeente.
Welke gegevens je per boom vastlegt
Leg vast wat je gaat gebruiken, en niet meer. Elk veld dat je toevoegt, moet iemand bij duizenden bomen invullen en daarna bijhouden. Een bruikbare kern:
- Nummer en plek
- Een uniek boomnummer en de coördinaten. In Nederland werk je meestal in het Rijksdriehoeksstelsel (RD); gps en webkaarten gebruiken WGS84. Leg vast in welk stelsel je bestand staat.
- Soort
- De wetenschappelijke naam, uit een vaste lijst. Vrije tekst levert tien schrijfwijzen van dezelfde linde op.
- Afmetingen
- Stamdiameter en boomhoogte, in klassen. Een klasse is sneller vast te leggen dan een exacte maat en is voor beheer genoeg.
- Conditie en veiligheid
- De conditie van de boom, en na een boomveiligheidscontrole de veiligheidsklasse, de gebreken en het advies.
- Standplaats
- Waar de boom in staat: verharding, gras of beplanting. Dat bepaalt de groeiomstandigheden, en wat er bij onderhoud komt kijken.
- Beheer
- Het type boom of het snoeibeeld, de beheerder of eigenaar, en het plantjaar als je het weet.
Gebruik voor de klassen en keuzelijsten de indeling die de sector gebruikt, zoals die van Handboek Bomen. Dan begrijpt elke controleur en elke aannemer je bestand zonder vertaaltabel. Werkt jouw organisatie met IMBOR, het informatiemodel van CROW voor de openbare ruimte, stem dan de veldnamen daarop af.
Bij elk kenmerk horen een datum en een bron. Een conditie zonder datum zegt niets: is hij van vorig jaar of van de eerste inventarisatie? Dat lijkt een detail, maar het is het verschil tussen een bestand waarmee je kunt plannen en een bestand dat je eerst moet nalopen. IDA Bomen legt bij elke waarde vast waar hij vandaan komt, met datum en persoon. Je ziet dus of een conditie uit je oude bestand komt of uit de controle van vorig jaar.
Drie manieren om te inventariseren
- Veldwerk
- Een inventariseerder loopt het gebied door en legt elke boom vast op een tablet of telefoon. Je krijgt alles in één keer, ook soort en conditie. Het is het meeste werk en vraagt om iemand met boomkennis.
- Luchtfoto's en hoogtedata
- Bomen zijn te herkennen op luchtfoto's en in hoogtedata die met een laser vanuit een vliegtuig zijn ingewonnen. Dat levert snel een plek, een hoogte en een kroonomvang op, maar geen soort, geen conditie en geen gebreken.
- Combineren
- Eerst de punten uit de data, daarna het veld in om ze te controleren en aan te vullen. De inventariseerder hoeft niet meer in te meten en besteedt zijn tijd aan wat alleen hij kan beoordelen.
Open data helpt bij de tweede manier. Het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is de digitale hoogtekaart van heel Nederland, ingewonnen met laseraltimetrie en vrij te gebruiken. Actuele luchtfoto's zijn er ook als open data. In de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) kan een gemeente bomen opnemen, maar dat deel is optioneel. Of jouw bomen erin staan, en hoe actueel, verschilt dus per gemeente. In IDA staan de luchtfoto en de hoogtekaart van PDOK als kaartlaag klaar, en zie je de gemeten boomkronen uit het AHN op de kaart. Een punt dat naast zijn kroon ligt, valt dan meteen op.
Bestaande gegevens inlezen
Bijna niemand begint bij nul. Er ligt een oude inventarisatie, een export uit een vorig systeem, een laag in het GIS of een spreadsheet van de aannemer. Die gegevens zijn meer waard dan ze lijken, als je ze zorgvuldig inleest.
Verzamel wat er is
Zoek alle bestanden bij elkaar en bepaal per bestand hoe oud het is, welk gebied het beslaat en wie het heeft gemaakt. Kies één bestand als basis.
Controleer de plek
Ga na in welk coördinatenstelsel elk bestand staat. Een bestand in het verkeerde stelsel zet je bomen honderden meters verderop, of in zee.
Koppel de kolommen
Bepaal welke kolom bij welk veld hoort, en zet waarden om naar je keuzelijsten: 'goed', 'Goed' en 'G' worden één waarde.
Haal dubbelen eruit
Twee bronnen bevatten vaak dezelfde boom, net naast elkaar. Bepaal welke bron voorgaat.
Kijk op de kaart
Leg het resultaat over een recente luchtfoto. Punten op daken, in water of op een kruising vallen direct op.
Bewaar bij het inlezen de herkomst: deze waarde komt uit de import van dat bestand, van die datum. Later wil je weten of een stamdiameter in het veld is gemeten of uit een bestand van tien jaar oud komt. Stap je over naar IDA, dan zetten wij je bestaande gegevens voor je over, of het nu een shapefile is of een spreadsheet. Elke waarde onthoudt daarna dat hij uit je oude bestand komt.

Het bestand actueel houden
Een inventarisatie is een momentopname. De dag erna wordt er een boom gekapt, en vanaf dat moment loopt het bestand achter, tenzij bijhouden onderdeel is van het gewone werk. Dat lukt met drie afspraken:
- Elke handeling aan een boom komt in het bestand. Controle, snoei, kap en aanplant, bij de boom zelf, op het moment dat het gebeurt. Geen aparte lijst die later wordt verwerkt.
- Wie buiten werkt, meldt wat niet klopt. Een boom die er niet meer staat, een boom die ontbreekt, een soort die verkeerd is. De controleur en de aannemer komen bij elke boom en zijn je beste bron.
- Eén persoon beslist wat erin komt. Meldingen uit het veld zijn voorstellen. De beheerder beoordeelt ze, zodat een vergissing van één dag niet ongemerkt in het register belandt.
In IDA leggen controleur en aannemer hun werk vast bij de boom, in de veldapp, en komt een melding pas na jouw goedkeuring in het register. Leg die afspraken ook vast in het contract met je aannemer. Hoe dat werkt, staat in samenwerken met een aannemer.
Je bomenbestand in IDA
Bij de start zetten wij je bestaande bestand over naar IDA: een shapefile of GeoPackage uit je GIS, een Excel-lijst van je aannemer of een export uit je huidige systeem. Wat je ook hebt, wij kunnen ermee werken, en het hoort bij de onboarding. Komt er later een controle overheen, dan zie je bij de boom beide: de nieuwe waarde met de controle als bron, en de oude in de historie.
De bomen staan daarna op één kaart. De actuele luchtfoto, de infraroodfoto, de kadastrale percelen en de hoogtekaart van PDOK zet je er als laag onder.

Inventariseren in het veld doe je in een inventarisatieproject. De inventariseerder voegt op telefoon of tablet bomen toe, met zijn eigen positie op de kaart. Een boom die verkeerd staat, verplaatst hij, en een boom die weg is, haalt hij van de kaart. Nieuwe bomen staan eerst in een wachtrij, en jij keurt ze goed of af, per boom of voor een heel project in één keer.
Bijhouden gaat op dezelfde manier. Ziet een aannemer tijdens het snoeien dat een waarde niet klopt, dan meldt hij een afwijking met foto's, en beslis jij of die het bestand in gaat. Geplande aanplant staat als conceptboom klaar en wordt een boom in het register zodra de planter hem in het veld bevestigt.
Veelgestelde vragen
Dat hangt af van het aantal bomen, hoeveel kenmerken je per boom vastlegt, hoe goed de bomen bereikbaar zijn en wat er al aan gegevens ligt. Een inventarisatie met alleen plek, soort en afmetingen is minder werk dan een die je combineert met een boomveiligheidscontrole. Vraag offertes op basis van dezelfde lijst kenmerken, anders vergelijk je verschillende dingen.
Misschien. In de Basisregistratie Grootschalige Topografie kan een gemeente bomen opnemen, maar dat onderdeel is optioneel. Staan ze erin, dan heb je een plek per boom en weinig meer: geen conditie, geen controles, geen historie. Het is een bruikbaar begin, geen bomenbestand.
Ja, als elke rij coördinaten heeft en je weet in welk stelsel die staan, meestal RD of WGS84. Een bestand met alleen straatnamen of adressen is niet nauwkeurig genoeg om een boom terug te vinden; dan ga je het veld in voor de plek. IDA Bomen zet je Excel-lijst voor je over als onderdeel van de onboarding, en daarna staat elke boom op de kaart.
Nauwkeurig genoeg om hem zonder twijfel te onderscheiden van de boom ernaast. In een laan met bomen dicht op elkaar is dat een strengere eis dan in een park. Controleer de punten op een recente luchtfoto: daar zie je direct of een boom op zijn kroon ligt of op het dak van de buren.
Liever nooit meer in één keer. Als elke controle, snoeibeurt, kap en aanplant direct in het bestand komt, en mensen in het veld melden wat niet klopt, blijft het bestand actueel door het gewone werk. Een volledige herinventarisatie is dan alleen nodig voor gebieden waar lang niemand is geweest. In IDA Bomen legt de ploeg elke handeling vast bij de boom, en keurt de beheerder nieuwe bomen en afwijkingen goed voordat ze in het register komen.
Lees verder
Boombeheer in de gemeente: zo organiseer je het
Boombeheer in een gemeente loopt van beleidsplan en beheerplan naar controle, onderhoud en verantwoording. De cyclus, de rollen en waar het misgaat.
6 min leestijd
Boombeheer software: wat het is en waar je op let
Boombeheer software legt je bomen, controles en onderhoud vast op één kaart. Wat een boombeheersysteem doet, en tien vragen voor elke leverancier.
7 min leestijd
Wat is een boomveiligheidscontrole (BVC)?
Een boomveiligheidscontrole (BVC) is de visuele controle van een boom op gebreken die gevaar opleveren. Wat je beoordeelt, vastlegt en opvolgt, en waarom.
4 min leestijd






